een amsterdams familiebedrijf met een grote bek
Gepubliceerd op: 13 januari 2026
Op een sneeuwwitte dag, als de halve stad platligt, is het druk in de Kesbeke fabriek in Bos en Lommer. Aan tafel met de Oos en Camiel Kesbeke eet men chocolaatjes, komt er halverwege het gesprek een kok binnen die vraagt of hij eens gerookte piccalilly zal maken – “probeer maar!” - en wordt er onderhandeld aan de telefoon met een Duitse dekselhandelaar. Ondernemersgeest die dwars door alles heen druist.
In het Kesbeke kantoor vol foto’s, relatiegeschenken en wandkruizen wordt duidelijk dat verduurzamen hier geen marketing is. Het is een jarenlang proces van keuzes maken, investeren en soms ook incasseren – over generaties heen.
“Iedereen kan ledlampen ophangen en een sticker op de vrachtwagen plakken,” zegt Oos. “Maar echte duurzaamheid gaat over alles wat je doet, elke dag opnieuw.” Kesbeke, het Amsterdamse familiebedrijf dat al generaties lang tafelzuren maakt, is inmiddels ruim tien jaar structureel bezig met verduurzaming. Dat begon niet omdat klanten erom vroegen of omdat het commercieel aantrekkelijk was. Integendeel zelfs. “We hebben er tot nu toe eigenlijk nooit direct voordeel van gehad,” zegt Oos eerlijk. “Het kost vooral veel geld. Maar niets doen kost uiteindelijk meer.”
Een belangrijk ijkpunt in die transitie is de MVO-certificering. Kesbeke is de enige inleggerij in Europa die deze certificering heeft. Dat is geen eenvoudig traject. Meer dan een jaar lang werd het hele bedrijf doorgelicht, en nog steeds volgen er jaarlijks audits van meerdere dagen. “Alles komt aan bod,” legt Oos uit. “Energie- en waterverbruik, afvalstromen, veiligheid, maar ook hoe je met mensen omgaat, hoe je keten is ingericht en waar je grondstoffen vandaan komen.”
Juist dat brede karakter maakt MVO volgens hem zo waardevol. “Duurzaamheid is geen los project. Het is een complete transformatie van je bedrijf.” Die transformatie heeft tonnen gekost. Van aanpassingen in het magazijn en isolatie van het pand tot zonnepanelen op het dak en het optimaliseren van productieprocessen. Toch is het certificaat iets waar Oos zichtbaar trots op is. “Als je dit haalt, weet je dat je echt alles onder de loep hebt genomen.”
Oos en Camiel kijken samen voortdurend naar verbeteringen, vaak in kleine dingen. Waar Oos de lange lijn bewaakt, stelt Camiel kritische vragen over processen en efficiëntie. Zo bleek tijdens de stijgende gasprijzen hoeveel energie er ongemerkt verloren ging. “Bij het pasteuriseren lieten we de verwarming altijd aan tot de machine leeg was,” vertelt Oos. “Nu zetten we die veel eerder uit, omdat de warmte toch wel blijft. Op jaarbasis scheelt dat enorm.” Ook machines die onnodig stand-by stonden, werden aangepakt. “Dat zijn geen spectaculaire maatregelen, maar ze maken wel verschil.”
Niet alles wat duurzaam klinkt, blijkt dat overigens ook te zijn. Kesbeke liet onderzoek doen naar het hergebruiken van proceswater, zoals grachtenwater of pekelwater. De conclusie: op dit moment is het milieutechnisch nog niet altijd beter, vanwege de extra uitstoot en investeringen. “Maar richting de toekomst kan het wel degelijk relevant worden,” zegt Oos. “Drinkwater is nu nog niet schaars, maar dat gaat veranderen. Dan moet je voorbereid zijn.”
Ook biologische grondstoffen zijn een terugkerend dilemma. Kesbeke kan biologisch produceren en doet dat ook, bijvoorbeeld bij kimchi. Maar de markt is grillig. “Biologische augurken zijn soms meer dan dubbel zo duur,” vertelt Camiel. “En dan haken inkopers direct af. Iedereen roept dat duurzaamheid belangrijk is, maar zodra de prijs stijgt, stopt het gesprek.”
Waarom Oos, samen met Camiel, dan toch blijft investeren? Oos: “Omdat ik geloof dat dit de toekomst is. En omdat we als Amsterdams familiebedrijf niet alleen willen roepen dat we het goed doen, maar het ook willen laten zien – op papier én in de praktijk.” Duurzaamheid is voor Kesbeke – en dus ook voor de volgende generatie – geen eindpunt, maar een voortdurend proces. “Je bent nooit klaar,” zegt Oos. “Maar je kunt elke dag beter worden. En dat is precies wat we proberen te doen.”